Drama-dates bij Powned en Tinderen met Frans Bromet

Drama-dates bij Powned en Tinderen met Frans Bromet

‘Ik ken je nu acht jaar, maar ik geloof niet dat ik je ooit zo chagrijnig heb gezien als de laatste maanden”, zegt Charlotte Pieters tegen haar PowNed-collega Vera Verzijl. Sneu, want Verzijl wijdt zich juist voltijds aan het vinden van iets wat haar blij moet maken: een man.

Of preciezer: ze doet participerend onderzoek naar de amoureuze mogelijkheden en beperkingen van dating-apps. De beperkingen overheersen, zie ook de titel van het programma: Veemarkt. De arme Verzijl slaat zich door vele drama-dates heen. Een Braziliaan die na één biertje al met haar naar een ‘private place’ wil, een bronstige Amerikaanse sekstoerist, een kalende ijdeltuit, een man voor wie ze iets meent te voelen „tot hij me Eva ging noemen”.

Tussen de hopeloze afspraakjes door kent Veemarkt babbelige interviews, die vooral geschikt zijn voor het spel ‘spot alle Amsterdamse terrassen’. Steeds komen de gesprekken uit bij de liefdesstress van de veeleisende millennial – die door alle digitale hulpmiddelen niet meer weet hoe een mens van vlees en bloed gecharmeerd moet worden.

Flirtimpotentie

Je zou het flirtimpotentie kunnen noemen. Intussen kon ik me het chagrijn van Verzijl wel voorstellen. Wat op zich een romantisch docu-idee was, bleek in de praktijk gewoon werk te zijn: wéér zo’n kerel.

Eerder op de televisieavond had ik me ook bij Yeter Akin afgevraagd hoeveel plezier zij had beleefd aan het maken van de documentaire Een goede moslima (KRO-NCRV), mede geregisseerd door Frans Bromet. Akin en Bromet werkten elf jaar geleden al samen bij de film Eerwraak, over Akins strijd tegen eergerelateerd geweld. Op papier is het een veelbelovend duo: een geëmancipeerde Turkse Nederlandse van 42 en een onverwoestbare witte brompot van 74.

Frans Bromet en Yeter Akin in Een goede moslima (KRO-NCRV) Foto KRO-NCRV

De vraag wanneer iemand ‘een goede moslima’ is, valt uiteen in twee verhalen. Er is dat van Meryem, een in Duitsland wonende jeugdvriendin van Akin, wier dochter Syriëganger is. Daarnaast het leven van Akin zelf, een gescheiden vrouw die vaak hoort dat ze met haar opvattingen beter met een Nederlandse man kan trouwen. Ze draagt een hoofddoek, maar kleedt zich relatief modern. „Ik vind dat ik me al goed aan de leefregels houd, dat is zwaar genoeg. Dus laat mij maar een broek aantrekken.” Bromet: „Vindt de Schepper dat ook?” Akin: „Hij weet dat ik heel erg mijn best doe.”

Zo zitten er goede dialoogjes in Een goede moslima, maar de film draait in kleine rondjes. Het duo gaat op bezoek bij verschillende moslima’s, sommige conservatiever dan Akin, andere liberaler. Bromet stelt de vragen. Ze gaan over kledingvoorschriften, grote en kleine zonden en de eisen die Akin aan de religiositeit van een man stelt. Veel antwoorden zijn heel voorzichtig. Bromet lijkt meer geïnteresseerd in de leefregels van de vrouwen in de film, dan in hun levens.

Akin stelt goede wedervragen, maar wordt door Bromet steeds weer langs de modernistische meetlat gelegd. Intussen sneeuwt het verhaal van de vriendin die haar dochter verloor aan IS onder.

Je had gewild dat Akin zich méér uit het keurslijf van Een goede moslima had gewrongen. Ik had meer willen horen over haar suggestie dat, gezien het belang van rechtvaardigheid in de islam, je als moslim misschien wel beter in Nederland kunt wonen dan in Turkije. Een gesprek met een leerkracht over integratie en islamitisch onderwijs stokt doordat Bromet begint over bloot douchen na het voetballen.

Zo heeft de samenwerking tussen Bromet en Akin iets van een moeizame Tinder-date: twee mensen die de moeite waard zijn, maar die waarschijnlijk beter tot hun recht komen met een andere partner.

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in


NRC Handelsblad
van 28 mei 2019

 

Read More